seizoen
'Het Dommelblad' online

Het Dommelblad is dé gelegenheid voor cursisten van de CKE-schrijversschool om hun schrijfkunsten te presenteren. Dit jaar bestaat het bijzondere blad negen jaar. Het blad werd gemaakt in samenwerking met deelnemers aan de cursus fotografie van Paul Veltman bij de CKE-school-voor-beeldende-kunsten. De fotografen kregen vooraf enkele inzendingen en moesten daarbij een beeld 'zoeken'.
Wilt u een exemplaar van het Dommelblad 2009 ontvangen? Stuur dan een mail naar info@cke.nl met uw adresgegevens o.v.v. Dommelblad 2009.

Wilt u nu al publiceren?
Dat kan! Stuur uw bijdrage naar Koos van den Kerkhof. Hij redigeert waar nodig, waarna uw inzending op deze pagina te vinden is.


Proefrit
  Paul Volf 
 
ProefritDe aftandse cabrio suisde over de smalle, met bomen omzoomde, N-weg. De proefrit verliep in volmaakte stilte. Dat gaf Bertus de kans nogmaals het verbeten gezicht van de man achter het stuur te bestuderen. Waar kende hij hem toch van?

Het was tegen vijven geweest toen de man zijn showroom, een met vlaggetjes versierd parkeerterrein gevuld met oude barrels, was op gestapt. “Bertus tweedehands autoverkoop” stond op een groot bord boven de ingang, met “voor een goudeerlijke deal” eronder. Bertus had aan één blik voldoende gehad: een C&A-pak met kleurrijke stropdas en verkeerde sokken, een onnozel brilletje, dit was de verpersoonlijking van het woord “naïef”. Zo, de hypotheek is weer binnen, dacht Bert. Wel deed het gezicht van de man ergens een alarmbel rinkelen, maar waar?
De man had interesse in een versleten cabrio. ‘Een perfect karretje, meneer. Als u hem niet koopt, ga ik ‘em zelf rijden,’ loog Bertus hem voor. Hij zou er nog niet dood in gevonden willen worden. Een kans die met deze auto net iets te groot was.
De klant treuzelde, een spel dat Bertus dagelijks speelde. ‘Uw keus, maar morgen verwacht ik een klant voor een proefritje,’ improviseerde Bert. ‘En, ik ben nu goudeerlijk,’ hij wees er bij op het bord boven de ingang, ‘dit is een echt koopje. Bijna diefstal. Zes maanden garantie. Op alles.’ Zolang zou het nog wel duren voordat de auto door roest uit elkaar zou vallen, schatte Bert in.

De N-weg was verlaten en de man naast hem versnelde.
‘Acceleratie, hè!’ riep Bert, hopend dat de motor dit nog zou trekken. Hij trok zijn gordel aan, zinloos wist hij, want ook die was hopeloos versleten. Die man, wie was het toch?

Bert had haast gehad. Hij had maanden geleden een of andere sullige huisvrouw ingepalmd via het internet. Getrouwd met een saaie kantoorsul, hunkerde ze naar meer opwinding in haar leven, en daar kon Bertus wel voor zorgen. Het was een tijdje leuk geweest, maar hij was er wel zo’n beetje op uitgekeken. Nee, vanavond nog één avondje plezier, en dan moest-ie er maar weer eens een eind aan maken. Hij had toch al weer een volgend scharreltje op het oog.
‘Kan ik een proefrit maken?’ vroeg de klant.
Hebbus, dacht Bertus: ‘’tuurlijk, bij Bert altijd.’ Hij overhandigde de sleutels en ging naast hem zitten. De klant draaide de auto soepel achteruit uit het vak. Bertus keek hem aan. De herinnering bleef net ongrijpbaar. Ze draaiden de weg op. De zon scheen nog helder. ‘Met dit weer, en zo’n cabrio, liggen alle vrouwen aan je voeten.’
‘Ik ben al getrouwd,’ antwoordde de man ijzig.
‘Nou ja, wat extra aandacht kan nooit kwaad,’ probeerde Bert. ‘En voor jou,’ hij tutoyeerde ondertussen, ‘ik zal je matsen, doe ik er nog eens 500 euro af.’

In de verte boog de N-weg scherp. Door het dichte bladerdak viel een enkele verdwaalde zonnestraal op het gezicht van de man. En Bert wist het. Het was de kantoordwaas die hem de afgelopen maanden vanaf de trouwfoto op het nachtkastje van zijn bijna-ex had aangestaard. Bertus moest lachen, wat een stel sukkels.
‘Dat rijdt lekker, hè,’ grinnikte Bert.
Het gezicht van de man verstrakte. ‘Deze MG’s,’ zei de man terwijl hij nu voluit plankte, ‘hebben een notoir slechte wegligging.’ De man keek Bert recht in de ogen. ‘Een slippertje is zo gemaakt, zeg maar.’
Een blauw adviesbord 60 met eronder ‘gevaarlijke bocht’ flitste voorbij. Panisch wees Bert naar voren, naar de aanstormende scherpe knik. Maar de man negeerde beide. ‘Ze hebben geen noemenswaardige kreukelzone,’ vervolgde hij, zijn ogen nog immer op Bert gericht, ‘en maar één airbag.’

Foto: Jeannette Moors
- - -
- - -