'Het Dommelblad' online | Het Dommelblad is dé gelegenheid voor cursisten van de CKE-schrijversschool om hun schrijfkunsten te presenteren. Dit jaar bestaat het bijzondere blad negen jaar. Het blad werd gemaakt in samenwerking met deelnemers aan de cursus fotografie van Paul Veltman bij de CKE-school-voor-beeldende-kunsten. De fotografen kregen vooraf enkele inzendingen en moesten daarbij een beeld 'zoeken'. |  |
Wilt u een exemplaar van het Dommelblad 2009 ontvangen? Stuur dan een mail naar
info@cke.nl met uw adresgegevens o.v.v. Dommelblad 2009.
Wilt u nu al publiceren?Dat kan! Stuur uw bijdrage naar
Koos van den Kerkhof. Hij redigeert waar nodig, waarna uw inzending op deze pagina te vinden is.
| Het bootje en de walvis |
| Erik de Ruiter |
| |
 Plotseling werd ik wakker en keek ik om me heen. Ik bevond me in een kleine zeilboot. Ik keek naar de horizon om ergens land te ontdekken, maar overal zag ik alleen maar water. De rustige golven kabbelden tegen de dobberende boot. De zon scheen en schitterde in het water. Het maakte me loom en ik leunde wat achterover terwijl ik met halfgesloten ogen naar het water naast de boot keek. Ik zag allerlei kleuren groen en blauw en hier en daar kwamen vissen naar de oppervlakte. Dit maakte me nieuwsgierig en ik ging wat rechter zitten. Het briesje werd iets meer en ik besloot de schoten aan te trekken. Op halve wind zeilde ik rustig verder en tot m’n genoegen zag ik een paar vissen m’n boot achtervolgen. Enkelen doorbraken zelfs het wateroppervlak. Vreemd genoeg rook het fris en zoet en ik bleef me bedwelmd voelen.
In één keer ontstond er onrust. De vissen waren verdwenen en er hing een bepaalde dreiging in de lucht. Toen dook rechts voor me, uit de diepte van de zee, een reusachtig wezen op. Het maakte me bang, totdat ik herkende dat het een walvis was. Ik hoorde haar zwaar ademen en water uitblazen toen zij weer onderdook. Er ontstond een draaikolk die het bootje enigszins mee trok. Na van de eerste schok bekomen te zijn, besloot ik in een impuls de walvis te achtervolgen. Ik hoorde haar hoge geluiden maken die leken te galmen in het water. Ik vond het geweldig om bij haar in de buurt te zijn, alsof ik via haar onderdeel kon zijn van iets dat veel groter was dan mezelf. Het was harder gaan waaien en dit stelde me in staat om vaart te maken. Ik bestudeerde de walvis nauwgezet. Ze had gezien haar afmetingen toch een rank figuur, met een spits toelopende mond en aan de onderkant witte baleinen. Haar ogen waren in verhouding klein, maar in werkelijkheid zo groot als flinke vuisten. Ze leek zich bewust te zijn van mijn aanwezigheid en haar tempo te verminderen, zodat ik haar bij kon houden. Elke keer als zij omhoog kwam, ademde ze zwaar, terwijl ze een fontein van water uitsproeide. Soms leek ze in mijn richting te spuiten. Eén keer kwam ik zelfs in de volle linie te liggen. Met alle rust die in haar zat dook ze telkens weer naar beneden, waarna een draaiend gat in het water achterbleef. De rust waarmee ze zwom, kalmeerde me. Alsof ze met haar waterdans tegen me zei dat het goed is wat er is en het leven loopt zoals het loopt en ik daar vertrouwen in mag hebben.
Dan even plotseling als zij te voorschijn was gekomen, begon zij vaart te maken. Het water werd onrustig en zware, dreigende wolken kwamen snel dichterbij. Ik deed mijn uiterste best haar achterna te gaan. Totdat ik bedacht dat ze misschien wel snelheid maakte om zich voor te bereiden op een sprong. Pas toen besefte ik mijn kwetsbaarheid en werd ik me bewust van deze kleine boot die in oneindig weids water vaart, terwijl storm op komst is. Ik werd bang en remde af. Ik zag de walvis grote vaart maken, terwijl het water om haar heen spatte. Ik verwachtte aan het einde van de horizon een waterval, waar hij in wilde duiken. Ik dacht: Dit bootje is hier niet voor gemaakt. Ik ben hier niet voor gemaakt.
Later, na thuisgekomen te zijn via allerlei omzwervingen waarover ik later zal vertellen, bleef ik aan de walvis denken. En voornamelijk m’n angstige reactie sleepte na. Wat had er allemaal wel niet kunnen gebeuren? Drie dagen bleef ik in een sluimerende waaktoestand rond m’n huis lopen. Toen ging het stormen en bliksemen. Dit maakte me energierijk en in een doldwaze bui rende ik naar buiten. Daar struikelde ik over een paar glibberige stenen en terwijl ik mijzelf opving in het natte gras wist ik het. Die wonderbaarlijke walvis toonde mij de weg, niet door haar te volgen, maar door haar te worden. Het is alsof iets in mij wilde zeggen: Doe het maar, je bent er voor gemaakt.
Foto: Aad Middendorp |